CFD’s zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico met zich mee van snel oplopende verliezen. 88,33% van de retailbeleggers lijdt verlies op de handel in CFD’s met deze aanbieder. Het is belangrijk dat je goed begrijpt hoe CFD’s werken en dat je nagaat of je het hoge risico op verlies kunt permitteren.

88,33% van de retailbeleggers lijdt verlies op de handel in CFD's met deze aanbieder.

Wat schuilt er achter de inflatiecrisis en wat zijn de mogelijke gevolgen voor de markten?

In het vorige artikel over inflatie heb je kunnen lezen wat inflatie precies is. Nu gaan we bespreken hoe de huidige inflatiecrisis is ontstaan en wat de mogelijke gevolgen voor de markten zijn.

De inflatie in de VS lag tientallen jaren rond een stabiele 2%, maar klom afgelopen zomer de 9% voorbij. Zelfs in het doorgaans stabiele Duitsland schoot de inflatie in amper twee jaar tijd van negatief naar 10%.

In maart 2022 besloot de Amerikaanse Federal Reserve dan ook aan de renteknop uit het vorige artikel te draaien. Een paar maanden later volgde de Europese Centrale Bank. In beide gevallen veroorzaakte deze ingreep flinke onrust op de aandelenmarkten.

Een paar maanden en verschillende renteverhogingen later (van 0,25% naar 3,25% in de VS en van 0% naar 1,25% in de eurozone) zijn de resultaten niet eenduidig. In oktober 2022 leek de inflatie in de VS eindelijk wat af te vlakken, hoewel veel minder dan verwacht. Maar in Europa loopt de inflatie nog steeds verder op. Volgens sommigen hebben de centrale banken te laat ingegrepen en te weinig gedaan. Anderen wijzen zelfs met de beschuldigende vinger naar de centrale banken als veroorzaker van de crisis.

Hoe kunnen de meningen nou zo sterk uiteenlopen? Een van de verklaringen is dat inflatie kan worden bepaald door twee factoren: de vraag en/of het aanbod. In het eerste geval stijgen de prijzen wanneer mensen en bedrijven over veel geld beschikken en er scheutig mee zijn. In het laatste geval is er schaarste, waardoor goederen kostbaarder worden. Deskundigen bekvechten nu al maanden over de vraag of deze crisis is veroorzaakt door een toename van de vraag óf een afname van het aanbod. Alleen: het is waarschijnlijk allebei waar. En daarom lijkt een oplossing ver weg.

Na de kredietcrisis van 2008 hielden de centrale banken de Europese en Amerikaanse economie overeind dankzij superlage rentes en wat ‘kwantitatieve versoepeling’ heet: ze kochten veel staatsobligaties op om als het ware geld te scheppen. Bijgevolg kon je zó makkelijk geld lenen dat de inflatie eigenlijk veel eerder had moeten stijgen.

Maar dat gebeurde niet. Volgens deskundigen omdat de prijzen laag bleven door een andere grote verandering, die al even gaande was. Automatisering en globalisering hadden er namelijk toe geleid dat vrijwel alles goedkoper gemaakt kon worden. En wel zodanig dat mensen in het Westen, ondanks stagnerende lonen, gewoon konden blijven kopen wat ze wilden – zo goedkoop waren bijvoorbeeld producten van Chinese makelij (dankzij onderbetaalde Chinese arbeiders en allesbehalve milieuvriendelijke productiemethoden).

Maar toen kwam corona. Gevolgd door de inval in Oekraïne. En toen kregen we weer te maken met een aaneenschakeling van gebeurtenissen waar we nu nog steeds de gevolgen van ondervinden. In korte tijd werden Chinese fabrieken herhaaldelijk lamgelegd vanwege lockdowns en kwam de uitvoer van goedkopere producten stil te liggen. Brandstof en energie werden schaarser en prijziger. Productieketens raakten verstoord, met chip- en voedseltekorten tot gevolg. In termen van inflatie gesproken: het aanbod was te klein.

Tegelijkertijd reageerden de centrale banken op hun oude, vertrouwde manier op de pandemie en de andere crises: ze schraagden hun eigen economie door lenen goedkoop te houden en de geldpers aan te zwengelen. Daar waren beleggers zo blij mee dat de markten hun opwaartse trend konden voorzetten, zelfs toen het coronavirus in alle hevigheid om zich heen greep. Bovendien herstelden de economieën zich na de komst van de eerste vaccins veel sneller dan verwacht. In termen van inflatie gesproken: de vraag was te groot.

De afgelopen maanden hebben de centrale banken geprobeerd de hoge vraag te temperen door de rente te verhogen. Maar het aanbod vormt nog steeds een probleem. Eerst kwam dat door een tijdelijke stop als gevolg van de pandemie. Maar de wereldwijde (handels)betrekkingen die die lage prijzen mogelijk maakten, lijken voorgoed en ingrijpend te zijn veranderd door de Russische oorlog in Oekraïne en een aantal andere internationale kwesties.

Dus: de Fed en zijn Europese tegenhanger bestrijden de inflatie nog steeds door de economie af te remmen (desnoods tot we in een recessie belanden). Maar de prijzen blijven stijgen omdat er nog meer speelt. In termen van inflatie gesproken: we hebben minder geld te besteden terwijl de prijzen blijven stijgen.

Klinkt niet best, hè? Vooral omdat niemand weet hoelang dit gaat duren en of er een betere oplossing voorhanden is. Maar wat kunnen we dan intussen doen? En profiteert dan niemand op de beurs hiervan? Het antwoord op die vragen lees je binnenkort in het laatste deel van deze korte reeks over de inflatie.

Op Stryk kun je traden in CFD’s op een aantal producten die onderhevig zijn aan de inflatie:

  • Cocoa werd begin dit jaar voor hogere bedragen verhandeld, meestal tussen de $ 2500 en $ 2700. Maar sinds mei/juni ligt de koers lager: tussen de $ 2200 en $ 2400.
  • Coffee Arabica was dit jaar redelijk stabiel, met een koers tussen de $ 210 en $ 250, maar werd in oktober verhandeld voor bedragen rond de $ 180.
  • Cotton zat van januari tot mei in de lift (van $ 120 naar $ 150), maar daalde in juni scherp. Sindsdien gaat de koers langzaam omlaag.
  • Sugar No. 11 kost het hele jaar al tussen de $ 17,5 en $ 20 op basis van mean reversion, zonder al te veel opwaartse of neerwaartse bewegingen.

Vergeet niet dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. En ook niet dat je een Stryk-demoaccount kunt aanmaken om zelf te ervaren of traden in CFD’s wat voor jou is.

Laden